?

De Morgen ging de stand van het secundair onderwijs na in uw gemeente.

Frequently Asked Questions

Globaal:

Hoe leest u dit rapport?

Het Onderwijsrapport wil u inzicht geven over de staat van het Vlaamse secundair onderwijs. De tool gidst u langs enkele belangrijke cijfergegevens die vaak niet publiekelijk beschikbaar zijn. Sommige daarvan vertellen u meer over de prestaties van leerlingen die naar school gaan (of gingen) in een specifieke gemeente. Andere statistieken focussen meer op de scholen zelf en laten zien welke leerlingen er school lopen en hoe de school beoordeeld is door de onderwijsinspectie. Het geeft, met andere woorden, een beeld van de kwaliteit van het onderwijs in uw buurt. Voor alle duidelijkheid: een school kan op basis van deze gegevens niet zomaar in zijn geheel als ‘goed’ of ‘slecht’ omschreven worden. Zo’n oordeel zal u daarom nergens terugvinden.

Hoe kwam het tot stand?

Vijf jaar geleden bracht De Morgen een Scholenrapport uit. Het Onderwijsrapport is hiervan de natuurlijke opvolger. Waar toen louter naar de scholen werd gekeken, komen nu ook statistieken over de fusiegemeente, de provincie en Vlaanderen in zijn geheel naar voren. Hiervoor verkreeg deze krant niet-publieke cijfers, bijvoorbeeld over het studiesucces van afgestudeerde middelbare schoolleerlingen in het eerste jaar van het hoger onderwijs, van het ministerie van Onderwijs. Andere gegevens, zoals die over de specifieke Gelijke Onderwijskansen-criteria, zijn weliswaar publiek toegankelijk, maar doorgaans niet meteen bruikbaar. Om dit rapport te kunnen maken, werden alle cijfers maandenlang nauwkeurig (her)berekend, omgezet naar percentages en vervolgens vergeleken met provinciale en Vlaamse gemiddelden.

Kunnen scholen met elkaar vergeleken worden?

Eerlijkheidshalve zou er ‘neen’ geantwoord moeten worden. Het verklaart waarom de focus in dit rapport ook ligt op de buurt, gemeente en provincie. Tegelijk staat het vast dat veel ouders en leerlingen hun schoolkeuze baseren op een (al dan niet impliciete) vergelijking. Vaak worden hierbij aannames, geruchten of reputaties (al dan niet terecht) voor waar aangenomen. In dit rapport staan daarom zoveel mogelijk objectieve parameters op schoolniveau vervat. Scholen kunnen zo onder meer op grootte - het aantal leerlingen - of het oordeel van de onderwijsinspectie worden vergeleken. Ook de samenstelling van de school - hoeveel kinderen vallen onder een of meerdere van de Gelijke Onderwijskansen-criteria (zie beneden) - staat daarom vermeld. Deze laatste cijfers mogen niet als een waardeoordeel worden gezien en zijn zo ook niet bedoeld. Wel toont het aan of een school een afspiegeling is van de buurt, bijvoorbeeld multicultureel in de Gentse Dampoort of ‘wit’ in het West-Vlaamse Ardooie, of juist niet.

Waar komt de informatie vandaan?

Alle gegevens zijn afkomstig van het ministerie van Onderwijs, het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) en de Onderwijsinspectie.

Wie werkten mee aan deze tool?

Remy Amkreutz (journalist), Kim Herbots (chef), Evelien Maes (chef) en Dries Pieters (ICT). Speciale dank gaat uit naar TBWA en Nathalie Kerkhofs.

Over de cijfers:

Waartoe dienen de cijfers over het hoger onderwijs?

Deze tot nu toe niet-publieke cijfers, die afkomstig zijn van het ministerie van Onderwijs, geven een inzicht in de kwaliteit van de scholen in de gemeente waar uw kind naar school gaat of is gegaan. Zo valt te zien hoeveel afgestudeerden uit alle onderwijsvormen in het regulier secundair onderwijs (algemeen secundair onderwijs, beroepssecundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs en technisch secundair onderwijs) samen kozen voor een studie aan de hogeschool of universiteit. Dit percentage wordt telkens vergeleken met het Vlaamse gemiddelde. U kunt ook dieper in deze resultaten duiken. Hiervoor moet u een van vele studierichtingen kiezen. Het spreekt voor zich dat richtingen van waaruit geen enkele leerling is gaan verder studeren niet zijn opgenomen. U ziet vervolgens opnieuw de zogeheten participatiegraad, maar stuit ook op het studierendement van de generatiestudenten (eerste inschrijving ooit in het hoger onderwijs) uit de gekozen gemeente en studierichting. Deze cijfers, die zowel voor het eerste jaar aan de universiteit als de hogeschool beschikbaar zijn, tonen het aantal studiepunten dat deze groep studenten aan het einde van hun eerste academiejaar wist te verwerven ten opzichte van het totale aantal opgenomen studiepunten. Deze cijfers zijn bijzonder robuust. Zo hebben ze betrekking op maar liefst zes schooljaren. Concreet gaat het hier om alle leerlingen die tussen 2008-2009 en 2013-2014 hun diploma secundair onderwijs behaalden en het academiejaar daarna (tussen 2009-2010 en 2014-2015) aan een academische of professionele bachelor begonnen.

Waarvoor staan de Gelijke Onderwijskansen-criteria?

Om elk kind zoveel mogelijk gelijke kansen te bieden, krijgen scholen aan de hand van enkele criteria bijkomende financiering en extra lestijden. Maar om hierop recht te hebben, moeten de leerlingen in kwestie aan bepaalde criteria, de zogeheten indicatoren, voldoen. Officieel worden zulke jongeren indicatorleerlingen genoemd. In de volksmond worden zij doorgaans als kansarm beschouwd, al gaat dat lang niet voor elke indicator even sterk op. Vooral ‘buurt’ kan niet geïsoleerd worden bekeken, omdat bijvoorbeeld een van thuis uit Nederlandstalige leerling uit Hoboken met twee goed verdienende en gediplomeerde ouders hierop ook ‘aantikt’. Het algemene cijfer is niet-publiek beschikbaar en toont, in percentages, hoeveel leerlingen voldoen aan een of meerdere van de criteria. De deelcijfers focussen op drie van de vier indicatoren. Zo staat vermeld hoeveel leerlingen thuis geen Nederlands spreken, wie er een schooltoelage krijgt en van wie de moeder geen diploma secundair onderwijs heeft behaald. U kunt deze cijfers eveneens op het niveau van de school raadplegen. Alle cijfers hebben betrekking op het schooljaar 2015-2016.

Wat betekent ‘vroegtijdige schoolverlaters’?

Het gaat hier om het aantal leerlingen dat de middelbare school heeft verlaten voordat zij hun diploma behaalden. Het cijfer heeft betrekking op het schooljaar 2014-2015 en verwijst naar de gemeente van de school waarin de leerling is ingeschreven.

Hoe vind ik mijn school of de school van mijn kind(eren)?

U kiest in het uitklapmenu de naam van uw school. Tamelijk wat scholen in Vlaanderen zijn opgedeeld in verschillende administratieve eenheden, vaak door een proces van schaalvergroting. U zal sommige schoolnamen om die reden meerdere keren tegenkomen. U kijkt daarom best ook het adres na. Sommige scholen, die naar buiten toe (zo goed als) dezelfde naam gebruiken, liggen immers op verschillende locaties. Vaak zijn ze per graad, denk maar aan zogeheten middenschool, of per onderwijsvorm (aso, tso, kso, bso) opgesplitst. Helaas biedt het adres soms geen soelaas en is een school op hetzelfde adres opgedeeld in verschillende eenheden. Het gaat hierbij dan om puur juridische opdelingen, die bijvoorbeeld ontstaan zijn om sneller aanspraak te maken op subsidies voor nieuwbouw- en renovatiewerken. In zulke gevallen kunt u best alle gegevens van de school in kwestie, dus alle opgelijste eenheden, bekijken.

Wat kan worden afgeleid uit het oordeel van de onderwijsinspectie?

De onderwijsinspectie controleert de kwaliteit van alle Vlaamse scholen. Zo gaat ze niet alleen na of de eindtermen gehaald worden en de leerplannen gerespecteerd worden, maar wordt er ook gekeken naar de financieringsvoorwaarden en de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de gebouwen. Het verslag dient in eerste instantie als advies voor de minister van Onderwijs en als hulpmiddel voor de school. Het is in strikte zin niet bedoeld voor ouders, maar kan, zo geeft de overheid zelf aan, wel degelijk gebruikt worden bij de schoolkeuze. Juist daarom staat het oordeel van de inspectie opgenomen in dit rapport. Elke school die de voorbije tien jaar werd bezocht en waarvan het rapport op 1 maart 2017 online beschikbaar was, krijgt in deze tool een waardering. Bij enkele scholen zal u ‘niet beschikbaar’ zien staan. Dit betekent dus dat het rapport in kwestie niet raadpleegbaar was, bijvoorbeeld omdat de school nog een inspectie moest ondergaan. Het jaartal verwijst naar het jaar waarin de inspectie haar verslag uitbracht. Het ligt voor de hand dat een advies uit 2016 de werkelijkheid van vandaag beter weerspiegelt dan een uit 2007. De inspectie kan drie adviezen geven die bepalen of een school haar erkenning (en dus subsidiëring) behoudt: gunstig, beperkt gunstig of ongustig.  In het eerste geval hebben de inspecteurs vastgesteld dat de school kwaliteitsvol werk levert.  Bij een ‘beperkt gunstig’ advies volgt binnen drie jaar na de eerste inspectie een zogeheten opvolgingsdoorlichting. De inspectie gaat dan na of de vastgestelde tekorten, die in de tool telkens tussen haakjes staan vermeld, zijn weggewerkt. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over de bewoonbaarheid, veiligheid of hygiëne, maar ook over tekorten in bepaalde graden of vakken. Als een school na zo’n tweede bezoek een ‘gunstig’ advies verkrijgt, dan staat dat hier aangeduid met een enkele asterisk (*). Slechts uitzonderlijk geeft de inspectie een ‘ongunstig’ advies. Dit is een rood licht voor de school in kwestie en betekent dat de procedure tot intrekking van de erkenning wordt opgeschort. Zulke scholen kampen met ernstige tekorten over de hele lijn of op enkele cruciale onderdelen. Toch houdt dit niet in dat de school haar deuren moet sluiten. Zo krijgt ze twee opties. De eerste daarvan is dat de school aan de Vlaamse Regering een opschorting vraagt voor een tot drie jaar. Dit kan alleen als er een verbeteringsplan wordt uitgewerkt. De school kan er ook voor kiezen om geen plan in te dienen. Een paritair college, in essentie een nieuw inspectieteam samengesteld uit inspecteurs uit het vrij en officieel onderwijs, komt hoe dan ook langs en geeft een nieuw advies. Dit nieuwe oordeel staat in deze tool aangeduid met een dubbele asterisk (**). Alleen als de school een advies krijgt “tot definitieve intrekking van de erkenning” verliest ze het recht om diploma’s uit te reiken en subsidies te ontvangen.